Tien ideeën voor je jaarverslag

Zin om er weer mee aan de slag te gaan? Of hik je ertegenaan en schuif je het nog voor je uit, dat altijd terugkerende jaarverslag? Natuurlijk, als je het goed georganiseerd hebt, is het al bijna af. Zet je de komende weken alleen nog maar de puntjes op de i. Benijdenswaardig! En anders? Dan heb je misschien iets aan deze suggesties. Kun je van iets verplichts toch iets moois maken.

Je hoeft de suggesties niet eens letterlijk in je jaarverslag te verwerken. Doe je dat wel: check dan even auteursrechten e.d. De ideeën kunnen je ook inspireren bij het in de steigers zetten van je jaarverslag. Ze helpen je richting originele invalshoeken en teksten. Probeer het uit!

Vergelijk 2012 voor jouw organisatie met een film. Je kunt te kust en te keur gaan voor verhalen waarin moeilijkheden worden overwonnen en de hoofdrolspeler sterker uit de strijd komt. Geef sommige medewerkers een karakter uit de film en laat ze vertellen wat zij concreet in dat opzicht hebben gedaan of meegemaakt binnen jouw organisatie. Buit de cliffhanger helemaal uit of bouw zelfs je hele jaarverslag op rond de cliffhanger. Of kies juist een B-film; kun je ‘jouw’ 2012 lekker tegen afzetten.

Vergelijk jouw organisatie in 2012 met een dier. Staat je organisatie stevig, is ze erg proactief en heeft ze 2012 prima doorstaan, dan wordt het een leeuw of tijger. Werk je bij een controlerende organisatie? Dan wordt het een onderzoekend, waakzaam dier. Of laat je verrassen door de bijzondere eigenschappen van insecten. Klein, maar veelbetekenend.

Neem een heel ander productieproces als vergelijking. Het maken van een film bijvoorbeeld (als je een lasbedrijf hebt), het maken van schoenen (als je een organisatiebureau hebt) of de opbouw en het instuderen van een toneelstuk (als je een autobedrijf hebt).

Gebruik een sprookje. Assepoester: de volhouder wint, Roodkapje: soms komt de redding van buitenaf of Sneeuwwitje: wees ook weer niet te goed van vertrouwen. Jouw organisatie laat zich natuurlijk niet bedotten.

Kies voor elke maand van 2012 een bekend nieuwsitem uit die maand. Je kunt je tekst er vrij letterlijk aan koppelen (ook door het tegendeel te laten zien), maar dat hoeft niet per se.

Neem een kinderboek als basis. Rupsje Nooitgenoeg. Van de kleine mol die jeweetwel (oké, misschien niet direct geschikt, maar je weet zelf wel een passender boek)

Je kunt natuurlijk ook nog altijd kiezen voor de vaker gebruikte metaforen: de (ruimte)reis, het groeiproces of het creatieve proces. Minder origineel, maar als je het op een creatieve manier uitwerkt, kan het best.

Vraag een kunstenaar/designer/bewezen creatieve geest om samen met jou (en andere collega’s) te brainstormen over de begrippen uit jullie missie/visie. Iemand van buitenaf kijkt onbevangen en vrij.

Kies een songtekst als uitgangspunt.

En als je het jaarverslag voor een familiebedrijf schrijft, bof je. Dan neem je een personage of ontwikkelingsproces uit het verleden en combineert dat met de ontwikkelingen in 2012. Je kijkt bijvoorbeeld door de ogen van de oprichter. Eitje!

En als bonus: laat nu eens niet de directeur aan het woord, maar ‘gewone’ medewerkers met veel hart voor het bedrijf. Want wees eerlijk: de directeur zal nogal eens een obligaat verhaal hebben. Een medewerker die vol voor zijn werk gaat kan iets laten zien van ‘werken met je hart’, voeten in de klei en volhouden.

Hoop dat je er iets aan hebt en een verrassend resultaat gewenst. Ik zie het graag verschijnen. Stuur me een link, of een papieren versie. Reactie gegarandeerd.

Advertenties

Van ‘wij’ naar ‘ik’

Veel blogs en overwegingen gaan erover: we moeten het ik-denken omzetten in wij-denken. We hebben elkaar nodig. Om de crisis het hoofd te bieden. Om zorgvuldiger met onze energiebronnen om te gaan. Om samen het leven socialer, mooier te maken. Helemaal mee eens. Toch is deze blog een pleidooi voor meer ‘ik’ op het web. Want regelmatig kom ik ze nog tegen: websites van eenpitters die zich presenteren als ‘wij’. Als een team. Niet doen; dat kost je (potentiële) klanten. Dat zit zo.

Je presenteert je als iets dat je niet bent. Je komt niet oprecht, niet authentiek over. Als je dat ook niet wilt, moet je je ‘wij’ vooral handhaven. Maar ik neem aan dat dat niet aan de orde is. Je hecht juist aan eerlijkheid en transparantie. Door je presentatie als ‘wij’ zal je potentiële klant zich afvragen of je ook hem en zijn opdracht zo benadert. Je zegt wel dat je die klant centraal stelt, maar hoe weet hij dat hij je dan wel kan geloven? En je zegt wel dat jij de oplossing voor zijn vraagstuk hebt, maar waarom zou die verzekering van jou dan wel waar zijn? En de oplossing die jij geeft, is dat dan ook een kwestie van iets mooier presenteren dan het in werkelijkheid is? Kortom: kan de klant je vertrouwen?

En niet te vergeten: het is helemaal niet mooier als je in een team werkt. Dat je solist bent, kan juist je kracht zijn! Het is maar net wat je lezer zoekt.

Je neemt je (potentiële) klant niet serieus. Die heeft, als hij even verder kijkt op je site, al snel door dat jij een solist bent. Hij zal zich afvragen of jij nu echt denkt dat hij dat niet ontdekt. De kans is groot dat je bezoeker verder gaat zoeken naar iemand die zijn probleem kan oplossen.

Je presenteert je als iemand met valse bescheidenheid. Waarschijnlijk vind je ‘ik’ zo ‘ikkerig’ klinken; alsof jij zo nodig in het middelpunt moet staan. En daar houd je niet zo van. Heel herkenbaar overigens; ik heb er ook een tijdje over gedaan om dat oneigenlijke argument los te laten. Want oneigenlijk is het. Je bent ‘gewoon’ een eenpitter. Los van hoe je (soms) over jezelf denkt: jij bent je onderneming. Je werkt zelfstandig en dus spreek je over ‘ik’. Dat vraagt misschien even een beetje lef, maar als je een eigen onderneming kunt opzetten, moet je die hobbel ook wel kunnen nemen. Zo groot is die berg nu ook weer niet.

Je klant weet graag zo snel en precies mogelijk met wie of wat hij te maken heeft. Laat hem dus niet raden. Heb lef en kom maar op met je ‘ik’.

De verrassingen van bewaren

Ik moet iets bekennen. Ik gooi liever iets weg dan dat ik iets bewaar. En dat schijnt toch wat ongewoon te zijn. Ik spreek vaak vooral mensen met een hang naar nostalgie, die houden van ‘oud’ en moeilijk iets kunnen wegdoen. Voor mij ligt dat anders. Natuurlijk bewaar ik foto’s, knutsels van de kinderen, lieve kaarten, maar ik kan ook zonder hartzeer tekeningen, oude spullen of lelijke cadeautjes (dat zijn er niet zo veel) richting oud papier of de kliko brengen. Dat ik zo gemakkelijk afstand doe van spullen, komt vast omdat mijn moeder juist graag alles bewaart. Over de gevolgen daarvan zijn nog de nodige blogs te schrijven…

Maar vanmiddag hoorde ik onverwacht een mooi verhaal over de prachtige kanten van bewaren. Ik kocht wijn bij Wijnhuis Kastelein hier in ons dorp (ja, Polsbroek heeft bijna alles) en Willem, de eigenaar, vertelde trots hoe hij de kelder twee jaar geleden zelf gebouwd heeft, samen met een metselaar uit de omgeving.

‘We hebben de stenen gebruikt die we jaren geleden uit dit huis hebben gehaald en al die tijd hebben bewaard’, vertelde hij, wijzend op de boogvormen waarin de flessen wijn lagen. ‘En het mooiste vind ik het sluitwerk van de kasten.’ Begrijpelijk, want dat sluitwerk bestaat uit prachtig-ouderwetse, zwarte scharnieren. Extra lang. ‘En je raadt het nooit waar die vandaan komen!’ Nee, geen flauw idee. ‘Uit de oude boerderij van mijn ouders! Ik wist niet dat ze nog bestonden, maar deze metselaars had ze dus al die jaren bewaard. Hij wist ook niet wat hij ermee moest, maar kon ze ook niet wegdoen. Hij heeft ons er volkomen mee verrast. Ze maken deze kelder extra waardevol.’

Zo ga ik het weekend in als een rijk mens: met bijzondere, Hongaarse wijnen om weg te geven en een mooi verhaal over de waarde van bewaren. Benieuwd wat het langste blijft ‘hangen’…

2013: accepteer de schoonheidsfouten

‘Mijn goede voornemen: in 2013 zou ik graag minder met mezelf bezig zijn.’ Met die wens opent Rosanne Hertzberger afgelopen weekend haar column in de NRC. Ze haakt in haar column aan bij alle artikelen en blogs over goede voornemens. Haar openingszin is me uit het hart gegrepen.

Hertzberger verwoordt in haar column het gevoel van onbehagen dat ik zelf de afgelopen dagen kreeg bij al die prachtige jaarplannen, wensen en oneliners in mails, blogs en e-zines. Want eerlijk gezegd gaven en geven die mij vooral een negatief gevoel. Ik doe het allemaal nog niet goed. Het kan anders en beter. Sterker nog: het moet anders en beter. En daarvoor kun je dan al die coaches inschakelen die mij hun wensen, vergezichten en wegwijzers sturen. Want zij weten hoe ze mijn problemen kunnen oplossen.

Als je serieus werk wilt maken van een succesvol jaar, heb je hen nodig. Dat is uiteindelijk vaak de boodschap. En je zou jezelf toch te kort doen als je hen niet in de arm neemt.

Daar zit natuurlijk wat in. Daar kan zelfs veel in zitten. Ook ik schakel wel eens hulp van buitenaf in. En toch. Bij het lezen van al die prachtige voornemens en stimulansen kreeg en krijg ik ook sterk het gevoel dat er behoeftes worden gecreëerd zodat de coach ook weer klanten krijgt. Uiteindelijk gaat het ten diepste niet om een mooi jaar voor mij als lezer/ontvanger, maar om meer werk voor een coach. Het is een gevoel dat ik bij veel (marketing)coaches krijg. In woorden draait het om mij en mijn behoeften, maar als het erop aankomt, draait het vooral om meer klanten.

Of ben ik nu te overgevoelig, te negatief? Ik hoor het graag.

Rosanne Hertzberger besluit haar column met een heel wijs advies: ‘In aanvulling op al die fantastische methoden om je leven te verbeteren, hier mijn zelfhulpadvies voor hardwerkende mensen: accepteer dat je huis een bende is, accepteer dat je vijf kilo te zwaar bent, accepteer dat je administratie niet op orde is, dat je tijdverslindende hobby’s als televisiekijken en Facebook erop na houdt, en accepteer dat je niet zeven dagen per week gebalanceerde, gezonde maatltijden eet. En weersta vooral de verleiding om de hele dag met al die schoonheidsfoutjes in je bestaan bezig te zijn. Er zijn belangrijker zaken.’

Eens! Daarom een 2013 vol acceptatie gewenst. (En nee, dat hoeft niet te betekenen dat je stilstaat!)

Arme bultrugwalvis

Plaatje De slak en de walvisWat zou de wereld toch mooi zijn als kinderboeken realiteit waren! De – inmiddels gestorven – bultrugwalvis bij Texel heeft heel wat gemoederen in beweging gebracht. Natuurlijk klinkt nu de roep om protocollen; want zo gaat dat in ons land. Ik wacht nog op een stille tocht met bootjes…

Ach, was Johannes maar de walvis geweest in De slak en de walvis. In dat kinderboek wil de slak graag op wereldreis. Dat gaat hij natuurlijk met zijn tempo in zijn eentje niet redden. Wat een pech. Dan biedt de walvis uitkomst: de slak mag op zijn staart mee op wereldreis. Ze trekken alle wereldzeeën over. Tot, grote paniek, de walvis aanspoelt op het strand, en zal uitdrogen als er niet snel iets gebeurt. Maar gelukkig lopen kinderboeken altijd goed af! De slak kruipt naar een school, gaat een lokaal binnen en schrijft met zijn slijmspoor: ‘bultrugwalvis op het strand’. En hup, iedereen komt in beweging. Kinderen met emmers, brandweerwagens, volwassenen met slangen. Ze houden de bultrugwalvis nat tot het vloed wordt. Dan drijft de walvis de zee weer in. Iedereen blij en gelukkig.

Een prachtig verhaal! Jammer dat de werkelijkheid soms zo anders is…

Superslogan

Soms kom je een slogan tegen waarvan je wilde dat je die zelf had bedacht. Omdat hij in alle opzichten klopt als een bus. ‘Goed, beter, betwist’ bijvoorbeeld. De titel van een studie van het Rathenau Instituut over mensverbetering, ook wel: human enhancement.

Bij mensverbetering kun je onder andere denken aan de ‘vergeetpil’ waarmee je traumatische ervaringen ‘vergeet’, genetische manipulatie of een kunsthart. De studie draait om de vraag hoe mensen denken over mensverbetering en de invloed daarvan op de samenleving. Daar valt veel over te zeggen, maar dat  terzijde. Het gaat me nu slechts om drie woorden.

Het lijkt zo vanzelfsprekend: de mens is al goed (nee, dat zou ik zo helemaal niet durven te zeggen, maar even in het kader van de prachtige drieslag), en we maken ‘m nog beter. Sterker nog: we maken ‘m goed, beter, best. Dat is wat je automatisch verwacht. En dan komt er een kink in de kabel. Het is nog maar de vraag of de mens ‘enhanced’ en wel op z’n best is. En of we dat met z’n allen wel moeten willen. Dus gaat best op in betwist; er zijn zo veel vragen bij die verbetering te stellen. Goed en beter leiden helemaal niet automatisch tot best. En wat jij automatisch denkt, blijkt even helemaal niet te kloppen.

En zo wordt het goed, beter, betwist. Inhoudelijk ijzersterk en hij loopt ook nog eens als een trein. Prachtige vorm van taal ‘enhancement’. (jaja, Engels, maar toch te mooi om ongebruikt te laten liggen.)

‘Een stuk’? Daar waren we toch vanaf?

Een goede vriend van mij gebruikt het woord ‘jammer’ altijd op een prachtige manier. Nooit krijg je er buikpijn van, of een geïrriteerd gevoel. Altijd past het woord precies bij de situatie waarop ‘jammer’ van toepassing is. Spijtig dat twee zaken niet beter op elkaar aansluiten. Even zuchten omdat het heel mooi had kunnen zijn. Alleen dat.

Vandaag kwam ik een website tegen waarvan ikzelf vooral dacht: jammer. Wat jammer dat deze eigenaar niet even een tekstschrijver ingeschakeld heeft.

Jammer? Jammer? Zonde van tijd en geld!

De website is van een bedrijf dat bemiddelt voor 45-plussers die werk zoeken. ‘… dit omdat – en nu komt ie – er vanuit 45-plussers veel vraag is naar een stuk aktieve arbeidsbemiddeling naar werk.’ Nog even los van de ‘k’ in ‘aktieve’: ‘een stuk’ staat toch allang op de zwarte taallijst? Dat is toch allang in een hoek gegooid? Weggebonjourd. Hoort in het lijstje: vooral niet doen.

Toch?

Want wat is dat: een stuk aktieve werkbemiddeling? Kun je dat vastpakken, ophangen, opeten? Ik dacht het niet.

De zin zou ‘een stuk’ mooier worden zonder die twee. Helderder en aansprekender. Zo eenvoudig kan het zijn om een effectieve tekst te maken.

Dezelfde webtekst biedt stof voor nog een paar blogs: want wat denk je van de formulering: ‘be-middelbaar 45-plussers’. Die rammelt taalkundig flink. En – ik zou bijna zeggen: natuurlijk – kom ik ‘passie’ in de tekst tegen. Inmiddels allang een jeukwoord!

En dat terwijl het doel van het bedrijf zo goed is, vind ik als 45-plusser. En hard nodig, in deze schrale werkgelegenheidstijden. Jammer!