De Zin van Van Dis

Foto Adriaan van Dis in ParijsSoms duikt hij zomaar op. Ongezocht en ongevraagd. Midden in de wekelijkse ruis van deadlines, langs de lijn staan, helpen bij spreekbeurten en pianospelen, eindeloos veel ‘mamaaaa’s’, echtelijke kwesties en gepeins over werk, ideeën en toekomstplannen. De zin waarmee je weer een week verder kunt. Waar je blij van wordt. Die je weer laat zien waar het ook alweer om draait in het leven.

Die zin kwam voorbij toen ik Stadsliefde van Adriaan van Dis las. Al tien jaar oud, maar nu pas in mijn blikveld. Een prachtig boek over Van Dis’ ontdekkingen in Parijs. Mooie observaties, subtiel verwoord. En de wellevendheid die er onderhuids uit spreekt, brengt al het twitteroproer over bankenonrecht en alle andere oproeren (er zijn er nogal wat) even tot zwijgen. Een soort pleister op de wonde. Ze bestaat nog. Gelukkig.

Wie zou niet als Van Dis door Parijs willen gaan, ogen, oren en hart open voor alles en iedereen die je tegenkomt? Alleen maar ondergaan en rake beschrijvingen geven, met veel gevoel voor de eigenaardigheden van ons allemaal. Niet je dagen hoeven vullen met agenda’s van vijf mensen, huishouden en duizend dingen organiseren. Alleen maar zien, horen en ondergaan. En de rust nemen om er met liefde en aandacht over te schrijven.

Stadsliefde lezen is sowieso genieten, maar dan is er ook nog die ene zin. Het hele boek meer dan waard. De zin die mijn hele werkweek op maandag al goed maakt. Ik ontmoette hem onverwacht, in een beschrijving van een etentje met allemaal buitenlanders. Onder hen was ook een priester uit Roemenië, een benauwde denker, die alles en iedereen veroordeelt die iets afwijkt van de roomse leer. (En dat doen we bijna allemaal.)

Van Dis beschrijft hoe hij zich erover verbaast en dat hijzelf juist graag op ontdekkingsreis gaat. (‘De ongemakkelijke klassen onder het vernis. Eropaf: krabben en kennismaken.’ Ook al zo mooi.) En dan komt hij, De Zin:

‘Oordelen kan altijd nog: hoe minder ik vind, hoe meer ik ontdek.’

Prachtig! En precies wat ik nodig heb. Ik die helaas (al mijn pogingen om er los van te komen ten spijt) ook nogal eens ergens iets van vind… En dat is er alweer één…

‘Oordelen kan altijd nog: hoe minder ik vind, hoe meer ik ontdek.’ Wat een wereld gaat er dan voor je open…

De warme melk van Kees van Kooten

Wat een feest om deze dagen zo veel interviews met Kees van Kooten tegen te komen. Steeds weer verrassend: zijn combinatie van humor, scherpe analyses en warmte. ‘Gewoon’ een prettig mens. En het boekenweekgeschenk is weer eens de moeite van het lezen waard. Even doen.

Maar meer nog dan alle teksten tekent één foto van Cleo Campert hem. Daarop schenkt Kees van Kooten vol aandacht warme melk uit een kannetje in zijn kopje koffie, aan een wat gemoedelijk-ouderwets, klein aanrechtje. Hij straalt op die foto zo veel rust en aandacht uit. Een verademing als je zelf nogal van snelsnelsnel en tig-dingen-tegelijk-regelen bent. Een foto die ontroert.

Tegelijkertijd zet Cleo Campert Kees ook prachtig neer in één zin in het interview waarbij de foto is geplaatst. ‘Kees was een van de weinige vrienden van mijn vader vroeger die altijd ook aandacht schonk aan mijn zus en mij.’

Pang. Mooi en bijzonder dat iemand echt oog had voor de beide meisje toen. Kinderen echt zien en horen is essentieel in het leven, en Cleo weet nu nog hoe dat toen voelde.

Maar wat een schrijnende zin ook. Je voelt de eenzaamheid erachter. Ziet het wereldje van schrijvers en kunstenaars, vervuld van zichzelf en hun ideeën en scheppingen. Nauwelijks oog voor hun omgeving, hooguit als afstandelijke observeerders. Zo ook Cleo’s vader. Misschien kan dat niet anders als je een gedreven creatieveling bent. Ergens begrijpelijk, maar toch ook treurig.

Wat hartverwarmend is het dan om te lezen over een man die de meisjes wel echt hoorde en zag. En die nu vol aandacht warme melk in de koffie schenkt alsof dat het enige is dat er op dit moment toe doet.

Iets meer Kees van Kooten graag: aandacht en warme melk.

Wijsheid van Clarence Seedorf

Wielrennen en voetballen, met beide heb ik helemaal niets. Toch kwamen ze afgelopen zaterdag samen. In weer een artikel in de Volkskrant over ik geloof een misstap van ene Boogerd (ik zou niet weten hoe of wat) en in een ander stuk, een prachtig interview met Clarence Seedorf.

De mooiste uitspraken uit dat interview deel ik graag. Gewoon als wat inspiratie op deze gure dag. Omdat we allemaal zwaar behoefte hebben aan voorjaarswarmte en zon.

‘Het is voetbal zonder mentale restricties, in creatieve zin. Vrijheid om te doen wat je voelt.’ (over voetballen bij zijn huidige club Botafogo in Rio de Janeiro)

‘Ik ben fitter dan veel gasten van in de 20. Het is als in de Formule I. Een auto met potentie kan al zijn vermogen verliezen door één probleempje. Ik heb mijn lichaam altijd gedetailleerd begeleid en preventief gewerkt. Ik rook en drink niet en neem mijn rust. Dan krijg je na jaren credits, waar anderen in het rood gaan.’

‘Achteraf heb ik veel zaken goed gezien, maar ik was te jong om acceptatie te krijgen. Nee, dat is niet jammer. Zo loopt het leven. Het was belangrijk om af en toe pas op de plaats te moeten maken, want de vorming van hiërarchie is een natuurlijk proces. Bovendien houd ik van communiceren. Dat is een belangrijk onderdeel van wie ik ben.’

‘Als ik niet hoef te liggen, lig ik niet. Als ik een duwtje krijg, probeer ik te blijven staan.’

‘Een van mijn levensmissies is de wereld iets beter maken. Dat begint met hoe je jezelf profileert. Op en buiten het veld, door bepaalde normen en waarden uit te dragen. Als ik de impact zie van hoe ik mijn beroep beleef, is dat leuk. Voetballers zijn zichtbaar. Ga daarmee dus bewust om, elke dag.’

‘Misschien praat ik idealistisch, maar je moet idealistisch zijn als je iets wilt veranderen.’

Een prettig, positief en bewust levend mens; wat een verademing in de voetballerij! Wat ik ervan ‘meeneem’: ga met hart en ziel voor wat je doet, leef bewust, zorg goed voor jezelf, wees eerlijk, durf je kwetsbaar op te stellen en ga mee met de stroom. Kom nu maar op met die koude winterweek!

(Bron: ‘Ik denk progressief’, van Willem Vissers in de Volkskrant.)

Geef een goed idee de tijd

Een goed idee ‘moet’ je laten rijpen. Die gedachte duikt de laatste weken op allerlei momenten op. Momenten die ogenschijnlijk niets met elkaar te maken hebben. Zo heb ik een bijzondere kunstenares geïnterviewd over wie ik een artikel ga schrijven. Zij is benijdenswaardig creatief en heeft veel plannen, maar haar adagium is ook: ‘Dat komt wel. Ik ga daar eens rustig over nadenken.’ En een bevriende collega volgt een marketingtraject. Haar coach benadrukt steeds dat een goede marketingaanpak moet groeien, tijd vraagt. Zelf las ik erover in Leven en werken volgens de seizoenen. Als het ergens gaat over laten rijpen en niet (kunnen) forceren, is het wel in de natuur.

Ik kreeg de gedachte ook aangereikt via een andere, verrassende kant. Hier in Polsbroek organiseren we een paar keer per jaar een aantal workshops voor de kinderen, over van alles nog wat. Dit voorjaar zit daar ook een muziekworkshop bij. De docente ken ik van muzieklessen en ik polste haar een tijd geleden al of ze er iets voor voelde een workshop bij ons te geven.

Wekenlang hoorde ik niets van haar. Dat verbaasde me, want ik ken haar als heel georganiseerd en actief. Uiteindelijk belde ze dan toch. Met een mooi, nieuw idee: een muziekles geven met boomwhackers (een soort buizen met elk een eigen toon). Haar eigen muziekvereniging vond boomwhackers echter te duur om aan te schaffen. Of wij dat wel wilden doen. Vonden we prima; we zijn gezegend met een paar mooie sponsorbedragen en we kunnen de boomwhackers een volgende keer weer gebruiken. Maar wat me het meest trof in dat gesprek was wat ze zei over de bedenktijd die ze nodig had: ‘Als ik iets doe, wil ik het goed doen. Het moet goed in elkaar zitten en helemaal bij de kinderen passen. Ik doe niet elke keer hetzelfde. Daarom duurde het even voor je van me hoorde; ik moest er rustig over nadenken.’

Wat goed dat iemand vanuit zichzelf de tijd en de ruimte neemt omdat ze kwaliteit wil leveren. En niet maar snelsnel iets bedenkt of antwoordt om de andere partij (mij in dit geval) tevreden te stellen. Zo kreeg ik in dat telefoongesprek ook nog, ongetwijfeld onbedoeld, even een spiegel voorgehouden.

Maar het verhaal is nog niet af. De docente heeft de boomwhackers aangeschaft en ook meegenomen naar haar muziekvereniging. Daar werden de muzikanten zo enthousiast dat ze alsnog drie sets voor die vereniging mocht aanschaffen. De vereniging gaat ze gebruiken voor muzieklessen voor kinderen en de docente studeert samen met nog iemand van die club boomwhackermuziek in. De aanvankelijke bedenkingen zijn compleet verdwenen.

En dat uiteindelijk allemaal omdat iemand de tijd nam een mooi en goed idee te verzinnen. En dat idee is super, want het verspreidt zich als vanzelf. Een mooi verhaal. En een mooi tegenwicht voor het ‘het moet nu’, en ‘als je wat in je hoofd hebt, moet je het direct doen’. Soms ook waar natuurlijk, maar goede ideeën vragen vooral om rijpingstijd.

Laat je inspireren door U2!

Afgelopen zaterdag zag ik voor de tweede keer de documentaire From The Sky Down. Daarin blikt U2 terug op hoe de cd Achtung Baby van U2 tot stand gekomen is. Ik schrijf er graag iets over. Omdat ik het zo’n boeiend proces vind en het mij inspireert. En omdat ik denk dat het proces veel aanknopingspunten biedt voor wie inspiratie of een nieuwe aanpak zoekt.

De kern van de hele onderneming is dat U2 zichzelf als band opnieuw wilde uitvinden. De band zocht vernieuwing, in muziek en imago, na zes cd’s en jaren succes. Wat dan volgt, is een relatief lang, best ingewikkeld en intensief proces.

De bandleden kozen ervoor dat proces door te maken in Berlijn. Het was 1989, na de val van de muur. Ook die stad maakte een groot herijkingsproces door en dat sprak de band erg aan.
Weken en maanden gebeurt er eigenlijk niet veel in de U2-zoektocht. En dient zich wel een nummer of een deel daarvan aan, dan vinden de bandleden het vervolgens weer niet de moeite waard. Er wordt veel geprobeerd, veel gestaard en vaak met het hoofd geschud.

De documentaire laat heel mooi zien hoe de bandleden van alles proberen, elkaar de ruimte geven en met elkaar verbonden blijven. Ze kunnen geduld opbrengen. Als na lange tijd het nummer Mysterious Ways ontstaat, komt de kentering. En het resultaat is een vernieuwend en prachtig album (althans, dat vind ik).

Wat mij zo inspireert in deze zoektocht van U2? De band:
• koos ervoor niet het geijkte pad te blijven volgen en alleen maar dat te blijven doen waarin de band tot nu toe succesvol was;
• besloot in een inspirerende omgeving te werken (een andere omgeving brengt ook andere inzichten en ideeën);
• durfde de onzekerheid aan. De bandleden wisten niet of de zoektocht iets ging opleveren, maar probeerden het toch;
• nam de tijd om iets te laten groeien;
• beoordeelde eerlijk en open alle resultaten;
• had geduld;
• bleef proberen;
• gaf elkaar als groep de ruimte (ok, klinkt een beetje vaag; maar de bandleden hadden duidelijk de drive om er met elkaar uit te komen. Een van de mannen zag niet direct heil in de hele zoektocht, maar ging wel mee en respecteerde de pogingen van de anderen volledig);
• schaafde beetje bij beetje verder als zich veelbelovende gedeelten/akkoorden aandienden;
• nam de tijd om nieuwe muziek te ontdekken.

Herken je iets in de lijst? Mij spreekt vooral het ‘bewust de tijd nemen’ en ideeën laten rijpen aan. Niet overhaasten, en niet snel-snel iets willen veranderen. Ik ben benieuwd of iets in de lijst bij jouw zoektocht past. Dat maakt deze blog dan voor mij al de moeite waard. Ik hoor graag van je!

Piet Hein Eek (1) – Mislukkingen

Een paar weken geleden bezocht ik met allemaal tekstschrijvers de nieuwjaarsborrel van Tekstnet. Gastheer was Piet Hein Eek. Plaats van handeling was zijn werkplaats/atelier/kantoor in een voormalig Philipsgebouw. Het was in alle opzichten een inspirerende borrel. Erg leuk vanwege de sympathieke collega’s die ik weer eens live sprak. Maar ook erg leuk vanwege de locatie en de verhalen van Eek himself. Die verhalen bieden stof voor heel wat blogs…

Zo heb ik nog nooit iemand zo stralend en vrolijk horen beweren dat ‘ook dit mislukte’ en dat ‘ook dat niet was wat we ervan verwachtten’ als Piet Hein. Zonder dat hij dat zelf als een soort boodschap meegaf, bleek dat uit heel zijn verhaal: je doet iets en soms pakt het goed uit, soms niet. Meer niet. Niets over lessen die je moet leren. Vaardigheden die je moet bijschaven. Geen uitspraken waarin hij zichzelf naar beneden haalde. En helemaal niets dat mij het gevoel gaf dat iemand zichzelf stond te verkopen en een succesverhaal wilde verkopen. Gewoon een verhaal over hoe het loopt en hoe het is. Punt.

Dat vond ik in verschillende opzichten een verademing. Allereerst was het bevrijdend voor mij als persoon, toch een wat perfectionistisch type. (Perfectionistisch? Jij? Ja. Ik. Soms) Zelf lig ik wel eens wakker van iets dat in mijn ogen niet goed gegaan is. Of dat natuurlijk verkeerd gaat uitpakken. En ik kan een halve dag uit balans zijn van een tegenvaller. Zeker, een vrouw van boven de veertig zou beter moeten weten. Wonderlijk genoeg is de praktijk wel eens anders dan de bemoedigende teksten in een zelfhulpboek.

En het was bevrijdend in een tijd als die van ons, waarin het zo vaak gaat over branding, jezelf profileren, goed voor de dag komen. Hier stond iemand die daar niet over na leek te denken. Die iets maakt waar hij zelf blij van wordt. En dan wel weer ziet.

Er gewoon niet zo veel over nadenken. Dat was Eeks boodschap, zonder dat hij het zich zo bewust leek te zijn. Je doet van alles, bedenkt van alles. Soms slaat iets aan en soms helemaal niet. Dan bedenk je gewoon weer iets anders. Niet meer en niet minder. Gewoon lekker bezig blijven; dat doen waarbij je je als een vis in het water voelt. Precies wat je wilt horen op een nieuwjaarsborrel in crisistijd!