Van een muur naar een mooi verhaal

Creativiteit heeft alles te maken met open zijn, oordeelloos kijken en nieuwsgierig zijn. Nieuwsgierig naar waarom iets gaat zoals het gaat en iemand doet zoals hij doet. In een interview met een voormalig hoofd van kleinschalige woonvormen voor mensen met een verstandelijke beperking kreeg ik zomaar weer een mooi verhaal daarover.

Mijn gesprekspartner kreeg in zijn eerste jaren als hoofd te maken met een bewoner die zo zijn vaste gewoontes had. ‘Als hij beneden kwam, zette hij zijn tas altijd op precies dezelfde plek en precies dezelfde manier op tafel. En ook zijn theekopje moest altijd op precies dezelfde plek staan.  Als zijn huisgenoten de tas of het kopje verzetten, werd de man woedend. Hij was ook nog eens een grote, sterke man, dus zijn huisgenoten waren nogal bang voor hem. Toen ik over deze situatie hoorde, dacht ik: ik zal hem wel eens even vertellen dat dit zo niet kan. Dus ik naar dat huis. Ik sprak de man aan, maar hij gooide me zo tegen de muur. Zo ondervond ik aan den lijve wat een stoornis in het autistisch spectrum is. Natuurlijk schrok ik wel, maar ik dacht vooral ook: wat heeft deze man toch? Ik ging op onderzoek uit en leerde iemand met zo’n stoornis een extreme behoefte aan overzicht, voorspelbaarheid, rust en regelmaat heeft. Ik ben me in de thematiek van bewoners met deze stoornis blijven verdiepen. Vandaaruit hebben we onze kleinschalige woonvormen en de zorg voor juist deze groep mensen verder ontwikkeld.’

Weer een aansprekend verhaal over niet in de verdeding schieten, een ander open en geïnteresseerd benaderen. Mijn dag is alweer goed.

Advertenties

Dagverhaal

Elke dag brengt wel een mooi verhaal! Eerder deze week interviewde ik de directeur van Ypsilon (een vereniging die de belangen van familie in de GGZ behartigt) over de rol van familie in de GGZ. Een bijzonder gesprek, met herkenbare inzichten. Uiteindelijk draait het erom of je je als familie gezien en gehoord voelt. Net als in het ‘gewone’ leven dus…

De directeur vertelde een aansprekend voorbeeld: een GGZ-hulpverlener kwam bij een jonge psychiatrische patiënt thuis. Die was op dat moment bij zijn ouders. De hulpverlener wist niet dat de jongen net een vrouw verkracht had en dat de situatie zelfs onveilig was. Toen hij over de drempel stapte, vloog de vader hem bijna aan: ‘Waarom luisteren jullie ook niet, ik heb het toch steeds wel gezegd?’ Woedend was de vader. De hulpverlener antwoordde rustig: ‘Ik begrijp dat het niet goed gaat, daarom ben ik hier. Maar als we samen zo doen, komen we er zeker niet uit. We staan samen voor dezelfde zaak.’ En daarmee de-escaleerde hij de explosieve sfeer. Uiteindelijk stapten hij, de vader en de zoon samen de deur uit, op weg naar adequate hulp voor de zoon. Een aansprekend voorbeeld van ‘aandacht hebben voor’ en niet in de verdediging schieten.

Zo had ik voor tien uur vanochtend het verhaal van deze dag al binnen. En nam ik me voor om vandaag ook eens niet in de verdediging te schieten. Valt nog niet mee; nu maar hopen dat de dag een beetje opschiet…

Hoofd konijn

29 november jongstleden was ik bij het congres De Nieuwe Taal. Het was een lange, goedgevulde dag. Maar het allermooiste van het hele congres was een verhaal in zeven woorden van Harm Edens. Die opende het congres en was bijzonder onderhoudend. Zijn snelheid en gevatheid had ik verwacht. Dat hij me enthousiasmeerde om Vondel weer eens uit de kast te halen, verraste me al. Maar dat mijn ogen even zouden prikken bij zijn verhaal van zeven woorden…

Harm vertelde over een interview dat hij hield op een zorgboerderij. Terwijl hij zijn gesprekspartner ondervroeg, voelde hij een vinger in zijn rug prikken. Toen het geprik aanhield, draaide hij zich om, en zag een jonge man van een jaar of 23, met een groot lichaam en een klein hoofd. Hij hield een konijn in zijn armen. ‘Konijn’, liet hij weten. Harm beaamde het en draaide zich snel weer om. Even later weer geprik. Opnieuw draaide Harm zich om. Daar stond dezelfde jongen, nu met een ander konijn. ‘Ander konijn’, meldde hij dan ook. Ja, een ander konijn en Harm ging verder. Toen voor de derde keer geprik; de jongen stond er nog steeds. Harm en hij keken elkaar aan en de jongen zei: ‘Ik ben hoofd konijn.’ Als je dat meemaakt, ben je een week gelukkig, aldus Harm. Een krachtig verhaal in zeven woorden. Prachtig begin van de dag!

De zin van een tekstschrijver

Zo om de paar dagen popt de vraag even op: wat voeg ik als tekstschrijver nu toe aan de wereld? Meestal heb ik geen antwoord. Soms red ik het met: ‘Ik ben van de straat.’ Of: ‘Ik doe wat ik het leukst vind om als werk te doen.’ Gaap.

Of ik troost me met de gedachte dat ik ook taxichauffeur, huishoudster en PA van drie (vier) mannen ben. En leuke, originele workshops voor de kinderen in ons kleine dorp organiseer. Maar een verrassend, opmerkelijk, behartenswaardig antwoord? Zo’n antwoord waarvan je denkt: die tekstschrijver moet ik in de arm nemen? Nee.

Toch, soms, als een wonder, klinkt er onverwacht een oorverdovende gong en licht de wereld in de prachtigste kleuren op. Je Moet Er Zijn, klinkt het uit vijf versterkers. Je Bent Nodig. Bijvoorbeeld als ik in de brochure van een trainingsbureau lees: ‘Een soort gezamenlijke taal die het helpt…’, ‘onderdeel uitmaken van’ en ‘In de training krijgt je…’
Een brochure die inmiddels al naar (potentiële) klanten verstuurd is. Jammer.

Kijk, en daar is toch de zin van mijn tekstschrijversbestaan: zorgen dat anderen goed en professioneel voor de dag komen. En dat hun boodschap prima overkomt. En zo is deze brochure extra functioneel: mijn zinvraag houdt zich weer even gedeisd.

In de ban van de tegenstander

Een adembenemend boek. Dat is In de ban van de tegenstander, van Hans Keilson. Ik heb al veel gelezen over de Tweede Wereldoorlog en de Holocaust, maar dit boek voegt daar iets heel bijzonders aan toe. Je leest het, en verwondert je voortdurend: hoe kan iemand (Keilson; overigens: het boek zit prachtig in elkaar, met verschillende ‘ik-figuren’, en een verhaal in een verhaal in een verhaal) de overwegingen van een slachtoffer zo scherp analyseren en doorgronden. Juist door de anonimisering (geen jaartallen, alleen B. als aanduiding voor de vijand etc) is het verhaal nog veel krachtiger dan allemaal autobiografieën en waargebeurde verhalen bij elkaar. Dat is erg fascinerend aan dit boek. En dan ondertussen de ‘diepste’ ik-figuur overwegingen meegeven als:

‘Van tijd tot tijd constateer ik met genoegen dat mijn geheugen de enige bron voor mijn aantekeningen is. Mijn geheugen werkt uitstekend, zelfs gebeurtenissen die mij onwezenlijk voorkomen heeft het als scherpe silhouetten vastgehouden. Omdat ik gelukkig geen enkele literaire ambitie heb, kan ik mijn herinneringen onversneden opschrijven, of ze nu interessant zijn of niet. Ik hoef mijn verhaal niet tot elke prijs boeiend en belangrijk te maken, zoals een romanschrijver moet doen omdat anders geen mens hem leest. Voor mij geldt slechts een ding: tijdverdrijf in de meest oorspronkelijke betekenis van het woord. Ik moet de tijd opdrijven omdat hij anders te langzaam gaat.’

En zo kan ik nog talloze citaten geven. Hoe langer je erover nadenkt, hoe meer je ‘ziet’ als je dit boek leest. Zo knap geconstrueerd, zo prachtig geschreven. En ondertussen nog toegankelijk ook. Een ontdekking. De avonden zijn lang nu, dus excuses heb je niet; lees het!